Nieuw armoedebeleid met GL nog een slag socialer!

Afgelopen vergaderronde stond het armoedebeleid op de agenda van de gemeenteraad. Meer dan 1,5 jaar tijd is uitgetrokken om het beleid te herijken. GroenLinks' wens met de verhoging van de inkomensgrenzen naar 120% voor de minimaregelingen was al eerder ingewilligd. Nu het echte werk om de armoede en schulden stevig aan te pakken. Gelukkig lag er met voorstel vanuit het college al een redelijke basis om de minimaregelingen uit te breiden naar de gehele doelgroep. Met de Stadspas komt er een langverwacht GL doel in zicht om mensen op makkelijke wijze sociale participatie te laten hebben. Een GroenLinks amendement werd aangenomen in de raad om het gebruik van de vernieuwde regelingen minimaal 50% in 2018 te laten zijn en oplopend in de jaren daarna.

Armoedebeleid en goede schuldpreventie zijn onderwerpen die GL aan het hart gaan. De laatste 8 jaar hebben erin gehakt bij mensen met een laag inkomen, het aantal bijstandsuitkeringen is flink opgelopen.

Tijd dus voor herijking van het armoedebeleid en ondanks het lange proces van vorming is het zeker geen armoedig beleidskader tot stand gekomen. In tegendeel, GL ziet veel herkenningspunten uit ons programma terug.

Minimaregelingen voor mensen met een laag inkomen 

Het is een goed idee om aandacht te geven aan kinderen in gezinnen met armoede met de kindpakketten. Het is zeker positief om de Stadspas gratis te maken voor de kinderen. Zo blijft ook de lage drempel uit de huidige Geld Terug Regeling (GTR) bestaan om sociaal te participeren met sport en cultuur. GL ziet dat deze beleidsintentie van lage drempels uit ons programma is doorgetrokken naar de gehele doelgroep. Dat is voor ons totale inclusie en het bevorderen van de sociale participatie. In de nieuwe Stadspasregeling kan iedereen met inkomen tot 120% van het minimum, gebruik blijven maken van de bestaande voordelen van de GTR. Hiermee kan GL de voorstellen omarmen en is de verwachting dat iedereen voor het onderzochte restpakket sluitend uitkomt over 2 jaar.

Regeling voor mensen met chronische ziekte en meerkosten

Iedereen die een chronisch ziekte kent, kan in dit beleidskader tot die grens van 120% geholpen zijn bij kosten door ziekte. Ook mensen met zorgvragen en goed gemotiveerd gebruik makend van een andere zorgverzekering dan de collectieve (VGZ), komen in aanmerking.

We veronderstellen echter ook dat er een groep is die boven de gestelde inkomensgrens financieel krap zit. Niet duur onderzoek maar de praktijk moet dit gaan uitwijzen. Een zogenaamd piep-systeem is daarbij een goed middel vanuit het gemeentelijke organisatie en ook het maatschappelijk netwerk zelf, moet de uitzonderingen in kaart brengen. We gaan dit monitoren en kijken naar de resultaten later dit jaar. 

Inzetten op preventie door uitvoering goede regelgeving

De focus die we hier aan willen, is puur de uitvoering, de taak van het college, en met name op het gebruik van het gemeentelijk aanbod om meer mee te doen. Al deze mooie plannen vallen in het niets als er weinig gebruik van wordt gemaakt. Wanneer we een mogelijk vertrekpunt nemen uit de bekende cijfers, dan valt op te maken dat er 890 aanvragen voor de GTR waren uit de 4800 Goudse huishoudens die er aanspraak op konden maken, dwz nog geen 20%! Dat moet beter. Verder zijn we voorstander van het vereenvoudigen van procedures inclusief de kwijtscheldingen. Wat voor alle overheidsdiensten moet gelden, moet dat zeker voor mensen die minder ingesteld zijn op procedurele zaken. De aanvraag van de Stadspas moet dan ook in Jip en Janneketaal appeltje - eitje zijn. Met een tegenstem van de VVD is het verder door heel de raad ons voorstel amendement overgenomen om het niet-gebruik tegen te gaan en dit jaarlijks te monitoren.

Schuldhulpverlening

Alle mooie plannen voor de bestrijding van armoede zullen in het overlopende ton met water in het niets vallen als de schulden je kopje onder blijven duwen. Mogelijk is er een nieuwe aanbesteding schuldhulpverlening later dit jaar. Uit divers literatuuronderzoek blijkt overduidelijk dat een (te) kleine deel de weg weet te vinden naar gemeentelijke schuldhulp. Het is dan intrigerend waarom in het Goudse geval maar de helft feitelijk doorkomt tot de aanvraag bij Westerbeek. We kunnen meer weten over wie er aanbelt bij gemeente en wat de ontbrekende motivatie is, waar ze dan precies naar toe gaan, hoe dat verder gaat, of dat dan wel helpt bij bekende financiele problematiek, etc. Uit de aanvullende vragen blijkt dat er wel degelijk in het adviserende voortraject kennis is over de "niet-aanvragers". Met het meetekenen met een CU- motie en -amendement wil GL hier beter zicht op krijgen. Deze werden beide aangenomen tijdens de vergadering.